105 Tacrolimus
1 Indicaties voor aanvragen
- oraal zeer wisselende absorptie.
- na transplantatie. Regelmatige controle na transplantatie is vereist.
- gebruik bij auto-immuunziekten: interactie’s, achterwege blijven van therapeutisch effect.
2 Therapeutische breedte:
therapeutisch 4 - 15 μg/l.
3 Onverwacht hoge waarden bij:
- geen dalspiegel afgenomen.
- bloedafname uit infuusslang.
- interactie met claritromycine, ketoconazol, fluconazol, itraconazol, orale anticonceptiva, erythromycine, diltiazem, verapamil, grapefruitsap.
- leverfunctiestoornis.
- na gebruik van grapefruitsap (niet na sinaasappelsap).
Onverwacht lage waarden bij:
- diarree.
- interactie met rifampicine, isoniazide, fenytoïne, fenobarbital, carbamazepine, rifabutine, hypericum.
4 Opmerkingen
- afname:
- uitsluitend in EDTA-bloed; heparinebloed geeft stolsels.
- altijd dalspiegels, net vóór nieuwe gift.
- nefrotoxische spiegels: >20 μg/l.
- regelmatige controle van kaliumconcentratie in serum (hyperkaliëmie) en op hematologische veranderingen (anemie, stolling, leukopenie) en nierfunctie is gewenst.
- nefrotoxiciteit verhoogd door aminoglycosiden, amfotericine B, aciclovir, co-trimoxazol en chinolonen.
- tacrolimus vervangt steeds vaker ciclosporine A.
- tacrolimus remt CYP1A en CYP3A4; zelf wordt het door CYP3A bijna volledig omgezet. Voor betekenis van enzymsystemen aangeduid met beginletters CYP: zie SAN Handboek 2002, hoofdstuk 16.1.
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl