11 Bilirubine
1 Indicaties voor aanvragen
- icterus.
- pasgeborene met toenemende icterus (vanaf of al op de 2e dag). Bij icterus op de 1e dag of icterus in combinatie met gewicht onder 2500 g en/of ziekte is echter verwijzing zonder verder onderzoek geïndiceerd. Dit is eveneens het geval als icterus langer dan 2 weken aanhoudt.
2 Referentiewaarden:
Neonaten tot 17 μmol/l.
op 3e c.q. 4e dag bereikt de fysiologische icterus zijn
maximum: < 200 μmol/l, om daarna binnen 7-10 dagen
te verdwijnen.
3 Verhoogde waarden bij:
- onvoldoende conjugatiecapaciteit (door ‘teveel’ aanbod van bilirubine of door vermindering van c.q. defect in conjugatiecapaciteit in de lever). Bilirubine in serum = ‘indirect’ bilirubine. Bilirubine in urine afwezig.
Voorbeelden:
- pasgeborene bij foeto-maternale bloedgroep- c.q. Rh-incompatibiliteit. Cave.
- verhoogde afbraak van hemoglobine (hemolyse, hematoom) of van myoglobine (rhabdomyolyse).
- zelden: M. Gilbert (matig verhoogd) of andere, nog zeldzamere, erfelijk stoornis in het bilirubine-metabolisme.
- levercelbeschadiging en obstructie van galafvoer geven in sommige gevallen verhoogd bilirubine. Bv. alcoholische hepatitis, M. Pfeiffer, virushepatitis, galstenen, zwangerschapscholestase, HELLP-syndroom (zie ALAT), galblaascarcinoom, pancreascarcinoom, gebruik van bepaalde geneesmiddelen, vergiftiging met chemicaliën, cyste van de galwegen, acute auto-immuunhepatitis (gamma-globuline verhoogd). Als conjugatiecapaciteit (nog) niet ernstig is aangetast, is er merendeels direct (i.e. geconjugeerd) bilirubine in serum.
Aanwezig in urine bij:
-hepatische en post-hepatische obstructie, levercelbeschadiging (bv. virushepatitis).
4 Opmerkingen
- ad pasgeborene: De NHG stelt: ‘hyperbilirubinemie komt bij voldragen zuigelingen veel voor en bereikt normaliter zijn hoogtepunt op de 3e of 4e levensdag. Bepaal bij twijfel over de mate van icterus de totale serumbilirubineconcentratie. Het beleid is mede afhankelijk van de leeftijd van de pasgeborene’. De richtlijn van de NHG bij à term geborenen voor bepaling (totaal) bilirubine c.q. verwijzing luidt (zie tabel):

- bij een leveraandoening kan stijging van bilirubine in vele gevallen ’laat’ optreden - in vergelijking tot andere parameters. Voorbeelden: levermetastasering, levercirrose, chronische hepatitis.
- ad M. Gilbert: als bilirubine (m.n. ‘indirecte’) de enige afwijkende leverparameter is, is diagnose vrij zeker. Bloedafname: nuchter morgens na vasten vanaf de vorige avond.
- geelzucht (bilirubine >30 μmol/l) kan na genezing van de veroorzakende leveraandoening (levercelbeschadiging, obstructie) soms nog lang aanwezig blijven; bilirubine bepaling levert dan weinig informatie. Oorzaak is dat het ongeconjugeerde bilirubine zich hecht aan het albumine in bloed en de halfwaardetijd van albumine vrij lang is (ca. 20 dagen, ook als het beladen is met bilirubine). Verdwijning van bilirubine in de urine is wel een gunstig teken van herstel, bv. van virushepatitis.
Print deze pagina
Copyright © 2010 SAN -
info@de-san.nl