110 Echografisch onderzoek
A Indicaties voor aanvragen
- diagnostiek trombose van de diepe venen (DVT) in de benen. Volgens o.a. Ned Tijdschr Geneesk 2003; 147:1721-1726 en JAMA 2006; 295: 199-207 kan bij een combinatie van normale uitslag van de Ddimeer test en een lage klinische score een vermoede DVT zonder echografisch onderzoek worden uitgesloten. In een aantal gevallen evenwel is de D-dimeer test niet te gebruiken (zie D-DIMEER) en is na berekening klinische score onderzoek met echografie aangewezen.
- diagnostiek van afwijkingen in de schildklier. De echografie van een palpabele afwijking in de schildklier maakt een onderscheid mogelijk tussen solitaire nodus c.q. meerdere nodi c.q. cyste c.q. diffuus struma.
- diagnostiek van vermoede afwijkingen in de bovenbuik, voornamelijk gericht op lever, nieren (hydronefrose en steen kunnen goed worden gedetecteerd), galblaas, galwegen, pancreas en milt. De echografie van de nieren wordt hoofdzakelijk aangevraagd bij verdenking van obstructie van de urinewegen, stuwing bij prostatisme, verdenking niersteen en overweging mogelijke aanwezigheid Grawitz-tumor op grond van sterk verhoogde BSE.
- diagnostiek van vermoede afwijkingen in de onderbuik; bij mannen is diagnostiek voornamelijk gericht op blaas, urineretentie na mictie en op prostaat. Bij vrouwen op blaas, urineretentie na mictie, uterus, adnexa en cavum Douglasi. Aanleiding tot echografie kan bv. zijn cyclusstoornis, vermoeden PID (abcessen?), postmenopauzaal bloedverlies en fertiliteitstoornis. Een van de indicaties bij jonge kinderen (<6 jr.) is een urineweginfectie op blaas en nieren; er kan sprake zijn van een refluxnefropathie (cave).
- diagnostiek zwangerschapsproduct.
<14 weken:
De meest voorkomende redenen zijn:
- bloedverlies. Vraagstelling kan zijn: is er sprake van intacte intrauteriene dan wel een extra-uteriene zwangerschap (of combinatie) c.q. mola-zwangerschap? Kans op mola is verhoogd bij hyperemesis gravidarum.
- termijnbepaling.
- is er sprake van meerlingenzwangerschap?
- negatieve cor-tonen.
- buikpijn. Vraagstelling kan o.a. zijn: is er sprake van dreigende abortus c.q. extra- uteriene zwangerschap?
11e – 14e week:
- inschatting van de kans op een kind met Downsyndroom: Echo nekplooimeting aangevuld met onderzoek in bloed op bèta-hCG en PAPP-A (Pregnancy Associated Protein A) (Gezondheidsraad, 2004).
20e – 22e week:
- structureel echo-onderzoek (SEO). De structurele echo is bedoeld om te beoordelen of de organen van het kind op een normale wijze zijn aangelegd. In een aantal gevallen is het niet mogelijk alle organen van het kind met echoscopie te beoordelen, er zal dan worden voorgesteld korte tijd later een tweede echo te maken.
>28e week:
- positieve of negatieve discongruentie.
- groei van het kind.
- ligging van het kind.placenta lokalisatie.
Geavanceerd echoscopisch onderzoek bij verhoogd risico (directe verwijzing):
- de zwangere of haar partner heeft zelf een aangeboren afwijking.
- in de familie van de zwangere of haar partner komen aangeboren afwijkingen voor.
- gebruik medicatie die eventueel schadelijk is voor haar kind.
- pre-existente diabetes m.
Er is sprake van zwangerschap met verhoogd risico o.a. bij: anemie,schildklieraandoening, pre-existente diabetes m., in verleden prematuur of dysmatuur kind, rhesus-antagonisme, hypertensie, afwijkende grootte baarmoeder, drugsverslaving, alcoholisme, zwangerschap ontstaan na hormonale behandeling, gebruik foetotoxische medicamenten (bv. lithium, anti-epileptica, gebruik hoge doses vit. A), bekend zijn met opgestegen infectie met Chlamydia trachomatis (blz. 181) c.q. Neisseria gonorrhoeae (blz. 185): verhoogde kans op extra-uteriene zwangerschap.
- diagnostiek hartfalen.
B Uitvoering
- ad diagnostiek trombose van de diepe venen (DVT) in de benen
Bij elke patiënt wordt liggend de vena femoralis bdz. en de vena poplitea bdz. gevisualiseerd. De kuitvenen kunnen niet altijd worden gelokaliseerd, omdat veel afwijkende anatomie voorkomt. Het onderzoek (compressie-echografie) duurt ongeveer 30 minuten en kan ook thuis met een portable echograaf worden uitgevoerd. Bij negatieve echo en toch duidelijke klinische verdenking dient het onderzoek na 1 week te worden herhaald. Bij dubbel negatieve bevinding kan de herhalingsecho weggelaten worden tenzij er een klinische score is.
- ad diagnostiek van afwijkingen in de schildklier
Echografie van de schildklier moet worden beschouwd als een aanvulling op de palpatie.
- ad diagnostiek van vermoede afwijkingen in de bovenbuik
De patiënt moet voor het onderzoek nuchter zijn, geen bodylotion hebben gebruikt en gemakkelijk uit te trekken kleding dragen, d.w.z. de buik moet volledig ontbloot kunnen worden. Vet en lucht in de darmen hinderen de visualisatie sterk.
- ad diagnostiek van vermoede afwijkingen in de onderbuik
De patiënt moet voor het onderzoek een gevulde blaas hebben (min. 1 liter vocht 1 uur vóór aanvang). Bij de vrouw wordt waar nodig (bv. bij infertiliteitprobleem) transvaginale echoscopie toegepast. Onderzoek van de prostaat wordt na laxatie rectaal uitgevoerd en veelal tezamen met toucher en bepaling van PSA. Essentieel voor een goede visualisatie van de onderbuiksorganen is de verplaatsing van voorliggende gasgevulde darmlissen door een flink gevulde urineblaas. Alleen dan kunnen de adnexa met enige nauwkeurigheid worden beoordeeld.
- ad diagnostiek zwangerschapsproduct
Vóór de 13e zwangerschapsweek moet de vrouw met een gevulde blaas worden onderzocht, na de 12e zwangerschapsweek is dit niet meer nodig. Een combinatie van transvaginale en transabdominale echografie kan nodig zijn, bv. bij een jonge zwangerschap, vaginaal bloedverlies of de NT meting (meting onderhuidse vochtophoping in de nek).
- ad diagnostiek hartfalen
De uitvoering wordt bemoeilijkt bij obesitas, bronchusobstructie en ritmestoornissen.
C Opmerkingen
ad diagnostiek trombose van de diepe venen (DVT) in de benen
De diagnostiek DVT berust op samendrukbaarheid van de beenvenen. Indien deze op enige plaats niet samendrukbaar zijn en/of echoreflecties intraluminaal vertonen, is dit een aanwijzing voor trombose. Met alle technieken is het moeilijk de duur van de trombose te schatten en daarmee onderscheid te maken tussen een oude trombose en een recente trombose. Sensitiviteit ca. 95%, specificiteit ca. 95% (bij kuitveentrombose lager).

- ad diagnostiek van afwijkingen in de schildklier
Het oplossende vermogen is ca. een halve centimeter. Bij solide afwijkingen is verdere aanvullende diagnostiek (meerdere biopsieën) noodzakelijk om eventuele maligniteit uit te sluiten. Altijd moet een functietest (TSH bepaling) worden aanbevolen omdat palpabele afwijkingen van de schildklier gepaard kunnen gaan met hyperfunctie of met hypofunctie.
- ad diagnostiek van vermoede afwijkingen in de bovenbuik
De diagnostiek van vermoede afwijkingen in de bovenbuik wordt door adipositas soms zeer belemmerd. De waarde van de diagnostische bevindingen is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de visualisatie.Voor een correcte interpretatie van echobeelden is het noodzakelijk dat de echografist beschikt over relevante klinische informatie. De trefzekerheid van echografie van pancreas is beperkt; bij vermoeden van een tumor heeft een CT-scan de voorkeur. Niercysten kunnen makkelijk van solide tumoren worden onderscheiden; het voorkomen van (slechts) enkele niercysten is meestal zonder klinische betekenis.Nierstenen zijn niet altijd te zien met echo (m.n. als <5 mm); een uretersteen met milde dilatatie is echografisch moeilijk aantoonbaar, voor diagnostiek daarvan is dan X-BOZ of IVP aangewezen.
- ad diagnostiek van vermoede afwijkingen in de onderbuik
Met echo kunnen de meest voorkomende tumoren - myoom, ovariumtumor- goed onderkend worden; in laatst geval kan tevens een voorselectie gemaakt worden tussen benigne lijkende ovariumcysten en zich maligne presenterende tumoren. Verder richt zich diagnostiek met echo op palpabele afwijkingen aan de genitalia interna, op ligging I.U.D., op mogelijke abcessen in kleine bekken (PID), op follikeldiameter bij infertiliteit en bij cyclische onderbuikspijn op endometriose, gesloten hymen. Een residu na mictie kan gevolg zijn van recidiverende cystitis. Bij mannen met prostatisme klachten richt onderzoek zich op residu na mictie/blaaswanddikte, verdenking blaasretentie, blaassteen of blaasdivertikel, prostaatvergroting of prostaatcarcinoom (zie PSA).
- ad diagnostiek zwangerschapsproduct.
Meerlingenzwangerschap: beoordeling van het tussenschot kan aangeven of er sprake is van mono- c.q. bichoriale meerlingzwangerschap. Zwangerschapsduur wordt vastgesteld door meting kruin-stuitlengte. Down syndroom: er bestaat een verband tussen de dikte van de nekplooi en de aanwezigheid van trisomie, bv. Down syndroom: de kans op Down syndroom stijgt bij een verdikte nekplooi. Door de uitslag van de nekplooimeting te combineren met andere gegevens, zoals de leeftijd van de zwangere, de zwangerschapsduur en uitslagen van het bloedonderzoek, kan de kans op het krijgen van een kind met het Down syndroom berekend worden. Aanleg organen: ongeveer de helft van de ernstige afwijkingen wordt herkend tijdens de structurele echo, als het onderzoek een goede uitslag heeft opgeleverd, bestaat een kans dat het kind niettemin een ernstige afwijking heeft.
- ad diagnostiek hartfalen
De werkdiagnose ‘hartfalen’ komt tot stand op grond van voorgeschiedenis, aanwezigheid van risicofactoren (ischemische hartziekte of hyperthyreoïdie, enz. in verleden, langdurige hypertensie?) en lichamelijk onderzoek. Cardiale echografie (de ‘gouden standaard’) heeft naast het vermogen om hartfalen te kunnen vaststellen c.q. uit te sluiten, nog een aantal klinische voordelen (ontleend aan NVVC Richtlijn ‘Chronisch hartfalen’, 2002):
- met cardiale echografie kan oorzaak (bv. klepgebrek) en aard van hartfalen achterhaald worden.
- met cardiale echografie kan de ernst van de prognose van hartfalen bepaald worden.
- mogelijk bijkomende cardiale (bv. hartklepaandoening) of pneumonale complicaties kunnen met cardiale echografie worden aangetoond c.q. uitgesloten.
- met cardiale echografie kan effect van ingestelde behandeling gevolgd worden.
Door bovengenoemde omstandigheden is indicatiestelling, uitvoering en interpretatie van cardiale echografie aan de specialist voorbehouden. De Richtlijn beveelt tevens aan bij (verdenking op) hartfalen een ECG te maken. Een normale ECG sluit hartfalen nagenoeg uit (negatief voorspellende waarde >90%: Task Force report ‘Guidelines for the diagnosis and treatment of chronic heart failure’. European Heart Journal 2001; 22: 1527-1560). De bepaling van BNP (‘Brain Natriuretisch Peptide’) of de inactieve voorloper van BNP, het NT-pro-BNP (´NTerminale Pro-B-Type Natriuretisch Peptide´) is eveneens van groot nut voor het uitsluiten van hartfalen. Bovendien kan de BNP waarde gebruikt worden voor het bewerkstelligen van optimale therapie en kunnen achtereenvolgende BNP bepalingen dienen als graadmeter voor het effect van de therapie. De pre-therapeutische BNP waarde heeft prognostische en differentiaaldiagnostische betekenis. Zie verder BNP.
Algemeen
- een goede interpretatie van het echobeeld is sterk afhankelijk van de ervaring van de onderzoeker
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl