117 Chlamydia Trachomatis (CT)
A Indicaties voor aanvragen
- verdenking op genitale infectie met Chlamydia trachomatis (CT). De vroege fase (cervicitis c.q. urethritis) van chlamydia verloopt vaak symptoomloos of met vage klachten als abnormaal uterien bloedverlies of als een urineweginfectie die niet reageert op behandeling.
- risicovol seksueel gedrag of iv. drugsgebruik
- partner met C. trachomatis infectie of met risicovol seksueel gedrag of met iv. drugsgebruik.
- vrouwen die een abortus provocatus (hebben) ondergaan (CBO Richtlijn SOA, 2002).
- vrouwen met verdenking op opgestegen infectie met C. trachomatis: is er sprake van ‘Pelvic Inflammatory Disease’ (PID)? Deze complicatie wordt in ruim 50% der gevallen veroorzaakt door C. trachomatis. Materiaal afnemen vóór start behandeling. In acute fase pijn in onderbuik. Tevens moet voldaan zijn aan de volgende criteria (CBO Richtlijn SOA, 2002): opdruk- of slingerpijn bij vaginaal toucher, pijnlijke of gezwollen adnexen, koorts, geen aanwijzingen voor andere diagnosen.
- mannen met verdenking op urethritis, of zeldzame complicaties als epididymitis of prostatitis.
- neonaat of jong kind met conjunctivitis of pneumonie (is er sprake van besmetting via geïnfecteerd baringskanaal c.q. misbruik?).
Aangezien dubbelinfectie met CT en gonorroe kan voorkomen of gonorroe
wordt gevonden waar CT aanvankelijk werd vermoed, kan het zinvol
zijn te testen op zowel
C. trachomatis als
Neisseria gonorrhoeae. Meestal
kunnen deze beide testen gecombineerd worden uitgevoerd vanuit hetzelfde
monster.
B Uitvoering
- ad diagnostiek: chlamydia infecties kunnen op verschillende wijzen worden aangetoond.
- via zg. DNA amplificatiemethoden (o.a. PCR): snelle en meest gevoelige en specifieke methoden. De DNA amplificatietesten worden bij de vrouw op urethra- en/of cervix-uitstrijken gedaan, bij de man op urethra- uitstrijken of eerste-straal-urine uitgevoerd. In geval van therapie monitoring met DNA amplificatietesten dient een ruime periode na een therapie met antibiotica in acht te worden genomen.
- serologie: is niet geschikt voor het maken van onderscheid tussen een acute en een doorgemaakte infectie. Indien de patiënt verdacht wordt van een SOA met chlamydia is detectie van het micro-organisme middels DNA amplificatiemethode véél geschikter. Serologie kan wél nuttig zijn bij klachten van in- c.q. subfertiliteit (ter ondersteuning van vermoeden van opgestegen infectie) of bv. bij pneumonie in een neonaat. Daarbij moet rekening gehouden met het feit dat veel (maar niet alle) serologische testen op chlamydia niet specifiek zijn voor C. trachomatis, maar ook reageren met andere chlamydia species, zoals C. pneumoniae en C. psittaci.
- de kweek als diagnosticum wordt in de praktijk helemaal niet meer gebruikt. De gevoeligheid van deze methode is te laag en de test duurt te lang.
C Opmerkingen
- een infectie kan symptoomloos verlopen; dit komt bij vrouwen meer voor dan bij mannen.
- bij een positieve uitslag in het monster (amplificatietest) dient tevens de partner getest te worden.
- ruim 60% van de neonaten van besmette moeders (CT recent aangetoond) worden tijdens partus besmet. Bij zeer jonge kinderen kan een positieve test op C. trachomatis wijzen op een perinatale infectie.
- urethritis (man c.q. vrouw) kan ook het gevolg zijn van een andere SOA, bijvoorbeeld Trichomonas vaginalis. Een toenemend aantal laboratoria is in staat ook een DNA amplificatie test op T. vaginalis uit te voeren, veelal gebruik makend van hetzelfde monster wat ingestuurd wordt voor C. trachomatis en/of N. gonorrhoeae.
- intacte cervixbarrière speelt belangrijke rol bij voorkómen van opstijgende infectie. Bij inbrengen van I.U.D. wordt deze barrière doorbroken. De NHG adviseert om bij verdachte anamnese of symptomen, vóóraf aan inbrengen van I.U.D, te testen op C. trachomatis (evenals op N. gonorrhoeae).
- bij zeer jonge kinderen kunnen symptomen aan genitaliën, anus, mond, ogen wijzen op seksueel misbruik. Voor deze groep, en ook voor oudere kinderen c.q. volwassenen die misbruikt zijn, wordt volgende benadering geadviseerd: ‘In het belang van het slachtoffer is het raadzaam het forensisch-medisch onderzoek te laten uitvoeren door artsen die hier ervaring mee hebben. De voorkeur gaat uit naar een gecombineerd onderzoek van een curatief werkende arts (huisarts of gynaecoloog), die zich vooral richt op de medisch relevante aspecten (diagnosticering en behandeling van letsels, SOA/AIDS en zwangerschapspreventie), in samenwerking met een forensisch geschoolde arts (GGD-arts, huisarts met forensische deskundigheid), die de juridisch relevante aspecten van het onderzoek beschouwt (o.a. sporenonderzoek, rapportage t.b.v. justitie…)’ (O.J.G.B. de Bakker-Teunissen in: Criminalistiek, Rijksuniversiteit Groningen, 2005. Redactie: Prof. dr. D.R.A. Uges).
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl