121 Herpes neonatorum
Herpes Simplex Virus type 1 (HSV1) of type 2 (HSV2)
A Indicaties voor aanvragen
- zwangere bij wie tijdens baring sprake kan zijn van voor herpes genitalis verdachte lesies (blaasjes) in het baringskanaal. In de praktijk zal de zwangere reeds verwezen zijn naar de gynaecoloog.
B Uitvoering
- ad materiaal: zwangere: uit laesies in het baringskanaal.
- ad diagnostiek: amplificatie techniek (PCR) op HSV1 en HSV2. Het onderzoek wordt zonder uitstel uitgevoerd.
C Opmerkingen
- bij ca. 3% van de neonaten, die durante partu met het HSV uit het baringskanaal besmet worden, ontstaat herpes neonatorum. Andere besmettingswegen, als een intra-uteriene, komen zelden voor; wel kan postnataal alsnog besmetting geschieden na nauwe contacten met personen met (recidiverende) herpes labialis.
- bij een neonaat, van wie de moeder voor herpes genitalis verdachte lesies (blaasjes) in het baringskanaal had, wordt materiaal uit conjunctivae of oropharynx voor HSV onderzoek genomen; doorgaans geschiedt dit in een klinische setting.
- ‘er zijn onvoldoende aanwijzingen dat het routinematig screenen van zwangeren (en eventueel de partners) op HSV-antistoffen een substantiële bijdrage levert aan de preventie van herpes neonatorum’ (CBO Richtlijn Seksueel overdraagbare aandoeningen en herpes neonatorum, 2002).
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl