19 Cholesterol
(totaal cholesterol)
1 Indicaties voor aanvragen
(hoeft niet nuchter. Maar als ook de waarde van triglyceriden gewenst is,
moet patiënt nuchter zijn).
- patiënt met één of meer risicofactoren voor ontstaan van hart- en vaatziekten; voornaamste: roken, systolische hypertensie, diabetes m., bovenmatige middelomvang (zie voor middelomvang: ‘Opmerkingen’ bij GLUCOSE).
- familie-anamnese: belasting t.a.v. hart- en vaatziekten vóór het 60e jaar, familiaire hyperlipidemie, familiair voorkomen van hypertensie of diabetes m..
- vermoeden van familiaire hypercholesterolemie (xanthomen, xanthelasmata, enz. bij patiënt).
- in verleden opgetreden atherosclerotische hart- en vaatziekten.
- controle cholesterolverlagende maatregelen c.q. therapie. Zie LDL-CHOLESTEROL.
- angina-achtige klachten.
2 Risicogrens:
6,5 mmol/l. Bij personen met verhoogd risico streefwaarde: <5,0 mmol/l.
3 Verhoogde waarden bij:
- familiaire hyperlipoproteïnemieën (cholesterol >8 mmol/l).
- verworven hypercholesterolemie (in sommige gevallen van cholesterolrijke voeding).
- aandoeningen die secundair hypercholesterolemie kunnen geven (hypothyreoïdie, nefrotisch syndroom, diabetes m., alcoholabusus, enz.).
- sommige geneesmiddelen (geringe verhoging). Bv. progestatativa, thiazide-diuretica, glucocorticosteroïden.
- tijdens zwangerschap (geringe verhoging).
Verlagende factoren:
- hyperthyreoïdie, malabsorptie, ondervoeding, sterke inspanning (sport).
- acute ernstige ziekte, bv. AMI tot enkele maanden na herstel.
- einde van menstruele cyclus (‘luteale fase’, ca. 15% lager). Waarden onder de referentiegrens komen zelden voor, o.a. bij levercirrose, Smith Lemli Opitz syndroom.
4 Opmerkingen
- uitgangspunt voor eventuele (indien >6,5 mmol/l) vervolgonderzoeken dient de gemiddelde waarde te zijn van minstens drie metingen met tussentijden van afname van ca. 1 - 2 weken.
- (primaire) hypercholesterolemie c.q. atherosclerotische hart- en vaatziekte in de voorgeschiedenis van de patiënt of systolische tensie ≥140 mmHg of hyperglycemie of in de familie: (primaire) hypercholesterolemie c.q. atherosclerotische hart- en vaatziekte (<60 jr.) of diabetes m. is een indicatie voor de bepaling van HDL-cholesterol, LDL-cholesterol en triglyceriden.
- naar NHG criterium is bij een cholesterolwaarde >8,0 mmol/l verdere diagnostiek gewenst, o.a. naar familiaire stofwisselingsziekten.
- bij anamnestische aanwijzingen voor familiaire belasting met hart- en vaatziekten onder 60e jr., bevindingen bij lichamelijk onderzoek als bv. peesxanthomen, LDL-cholesterol duidelijk boven risicogrens, enz. is DNA onderzoek naar familiaire hypercholesterolemie aangewezen, ook bij desbetreffende kinderen. Zie hiervoor: www.stoeh.nl.
- cholesterol verlagende maatregelen c.q. therapie dienen pas aangevangen te worden als een secundaire hypercholesterolemie is uitgesloten. Zie SAN Handboek 2002, hoofdstuk 6.1.
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl