26
Differentiatie leukocyten
26 Differentiatie leukocyten
1 Indicaties voor aanvragen
- voor het aanvragen van een leukocytendifferentiatie in eerste lijn bestaan bijna geen indicaties anders dan: ter ondersteuning van het vermoeden van leukemie en ter ondersteuning van diagnose mononucleosis infectiosa.
2 Referentiewaarden in 109 /l voor leukocytendifferentiatie:
3 Afwijkende waarden, abnormale cellen en andere bevindingen:
Basofielen
- verhoging mogelijk bij myeloproliferatieve ziekten, hypothyreoïdie, colitis ulcerosa en chronische sinusitis.
- verlaging bij acute infectie, hyperthyreoïdie, medicatie met o.a. glucocorticosteroïden.
Eosinofielen
- verhoging mogelijk bij parasitaire infecties van allerlei aard en bij diverse allergische aandoeningen. Zie EOSINOFILIE.
Lymfocyten
- verhoging mogelijk bij infecties (meestal virale), roken, verschillende geneesmiddelen.
- verhoogd bij acute en chronische lymfatische leukemie gepaard gaande met jongere celvormen (acute: ’bontbeeld’, chronische: eentonig beeld met ‘Gumprechtse Schollen’).
- verlaging voornamelijk bij acute infecties, aplastische anemie, autoimmuunziekten, bepaalde geneesmiddelen, bv. lithium, glucocorticosteroïden.
Monocyten
- verhoging mogelijk bij chronische infecties, myeloproliferative ziekten, collageenziekten en vele andere aandoeningen, roken.
Neutrofielen
- verhoging mogelijk bij infectieziekten, al of niet gepaard met ’linksverschuiving’ (= verhoogd aantal staven) en/of toxische korreling en/of lichaampjes van Döhle. De bevindingen dragen niet bij tot differentiatie van de verschillende soorten verwekkers (bacteriëel, viraal, parasitair).
- verhoogd bij myeloïde leucemie, waarbij jongere celvormen gevonden dienen te worden (blasten, promyelocyten, metamyelocyten en myelocyten).
- verhoging mogelijk bij diverse andere ontstekingen (o.a. reuma), weefselnecrose, intoxicaties, hematologische ziekten, fysische en emotionele prikkels, medicatie met glucocorticosteroïden.
- verlaging bij diverse septische infecties, hematologische ziekten (o.a. aplastische anemie), beginnende acute leukemie, hypothyreoïdie, geneesmiddelen die beenmergsuppressie geven, enz.
4 Opmerkingen
- atypisch gevormde lymfocyten, meer dan 10% uitmakend van de lymfocytenpopulatie, betreft vrijwel altijd mononucleosis infectiosa (indien tevens plasmacellen worden gevonden, wijst dit meestal op een rubellavirus infectie). Het is echter beter de diagnose mononucleosis infectiosa te bevestigen op grond van de test op IgM-anti-Epstein-Barr virus antistoffen.
- hyperlymfocytose is een vrij kenmerkende bevinding bij kinderen met kinkhoest.
- aanvragen van een leukocytendifferentiatie in verband met afwijkingen van het rode bloedbeeld of van trombocyten heeft slechts in enkele gevallen zin.
Print deze pagina
Copyright © 2010 SAN -
info@de-san.nl