47 Hepatitis B merkers
HBsAg (’Hepatitis B virus surface Antigen’)
1 Indicaties voor aanvragen
- bij verdenking op hepatitis B virus (HBV) infectie (eventueel in combinatie met IgM-anti-HBc, zie aldaar).
- is er sprake van chronisch dragerschap? (HBsAg blijft in zulk geval langer dan 8 - 24 weken positief). De kans om chronisch drager te worden is bij leeftijd <5 jr. het grootst.
- ter uitsluiting van infectie bij verwonding.
- ter uitsluiting van HBV infectie bij begin zwangerschap (risicodraagster).
- patiënt behoort tot een risicogroep (overweging vaccinatie). Tevens anti-HBs.
- ter uitsluiting van infectie bij risicogroepen, bv. intraveneuze druggebruikers, seksuele partners van HBsAg-positieve personen of van personen die een hoog risico hadden om besmet te worden met hepatitis B, asielzoekers uit hoog-endemische landen.
- cito: bij partus als blijkt dat HBsAg status niet bekend is of niet te achterhalen is, met name als de vrouw behoort tot een risicogroep.
2 Referentiewaarden:
negatief.
3 Positief bij:
- acute infectie met HBV: gedurende 4 tot 24 weken na besmetting bij niet-chronisch verloop. Bij chronisch verloop: jarenlang.
4 Opmerkingen
- bij controle op verloop van virushepatitis (bv. HBV) speelt de bepaling van ALAT een belangrijke rol, evenals die van anti-HBs.
- als HBeAg (tevens) positief is, is patiënt sterker infectieus. Voorbeeld: het HBV kan van moeder naar neonaat worden overgedragen, voornamelijk tijdens partus of vlak na partus via contact met bloed van de moeder. Het risico op overdracht is nog veel groter als de moeder HBeAg-positief is. Pasgeborenen en jonge (1 – 5 jr.) kinderen hebben de grootste kans om drager te worden. Op de leeftijd van 12 maanden dienen in de baby HBsAg (is bij baby ondanks vaccinatie dragerschap ontstaan?) en anti-HBs (heeft vaccinatie succes gehad?) bepaald te worden.
- zie voor het, in 2006 hernieuwde, schema voor vaccinaties van zuigelingen van HBV-positieve moeders ter voorkoming van overdracht: www.infectieziekten.info, doorklikken op ‘draaiboeken’.
- bij verwonding en reële kans op besmetting met HBV: bepaling van HBsAg in bloed van mogelijk besmettende persoon bepalen (als mogelijk) en met spoed bepaling van HBsAg en anti-HBs bij de verwonde persoon. Indien anti-HBs negatief is, de verwonde persoon z.s.m. tegen hepatitis B vaccineren.
- een positieve HBsAg uitslag moet bevestigd worden met een zg. confirmatietest.
- een negatieve uitslag voor HBsAg sluit een acute infectie niet uit. Het is mogelijk dat de patiënt zich in de zg. ‘window phase’ (de periode vanaf negatief worden van HBsAg tot positief worden van anti-HBs, zie SAN Handboek 2002, hoofdstuk 4.2) bevindt. Hierover geeft de bepaling van IgM-anti-HBc uitsluitsel.
- het kan voorkomen dat iemand zowel een hepatitis B als een hepatitis C c.q. hepatitis D infectie doormaakt. Andere combinaties kunnen voorkomen, bv. hepatitis C met alcoholisme en/of hemochromatose, enz.
- ad zwangere: NVOG Richtlijn Basis Prenatale Zorg, 2002 adviseert om in 1e trimester HBsAg te bepalen en een aantal andere zorgmaatregelen als onderzoek op lues en HIV, anamnese risico, aanbieding serologisch onderzoek, bepaling bloedgroep/rhesus en irregulaire erythrocytenantistoffen. Zie stroomdiagram SCREENING IRREGULAIRE ERYTHROCYTEN-ANTISTOFFEN.
ANTI-HBs
(antistoffen tegen 'Hepatitis B virus surface Antigen')
1 Indicaties voor aanvragen
- aantonen genezing van hepatitis B virusinfectie (niet voor follow-up, hiervoor gebruik maken van ALAT).
- overweging van c.q. controle op vaccinatie (met titer bepaling).
2 Referentiewaarden:
negatief. Jaren lang aantoonbaar na herstel van hepatitis B infectie.
3 Positief:
- vanaf 6 maanden na een hepatitis B virus infectie bij een niet chronisch verloop. Het is een teken van genezing en van immuniteit.
- geslaagde vaccinatie. De Gezondheidsrad stelt in zijn advies over hepatitis B vaccinatie (2002) dat een postvaccinatietiter van ≥10 IE/l leidt tot langdurige bescherming tegen acute symptomatische hepatitis B (geldt niet voor personen met gestoord immuunsysteem).
4 Opmerkingen
- bij een chronisch verlopende infectie blijft anti-HBs negatief. Zie tabel voor chronische fase.
- na vaccinatie zijn de antistoffen in een aantal gevallen niet of onvoldoende positief, d.w.z. <10 IE/l (‘nonresponders’ en ‘intermediate responders’).
- een patiënt met positieve uitslag van anti-HBs kan een ander persoon niet infecteren met HBV.
IGM-ANTI-HBc
(antistoffen van IgM type tegen ‘Hepatitis B virus core Antigen’)
1 Indicaties voor aanvragen
- bevestiging van een recente hepatitis B virusinfectie.
2 Referentiewaarden:
negatief.
3 Positief:
- ca. 5 weken tot 7 maanden na infectie.
4 Opmerkingen
- de eerst verschijnende merker is HBsAg, in sommige gevallen begeleid door HBeAg. Het eerst verschijnende, klinisch bruikbare, antilichaam is IgM-anti-HBc. Ten tijde van de icterus zijn zowel HBsAg als IgM-anti-HBc aanwezig, ook nog nadat de ALAT is gedaald. Zodra het virus is geklaard, verschijnt anti-HBs. In sommige patiënten is het verdwijnen van IgM-anti-HBc wat vertraagd en verschijnt anti-HBs later, zodat er een korte periode (genoemd ‘core window’) ontstaat waarin IgM-anti-HBc de enige aanwezige parameter is.
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl