58 LDL-Cholesterol
(‘Low-Density Lipoprotein’ cholesterol)
1 Indicaties voor aanvragen
- primaire hypercholesterolemie, waarbij een gemiddelde totaal cholesterol van minstens 6,5 mmol/l, gebaseerd op metingen in drie monsters met tussentijden van afname van ca. 1 week, gevonden werd.
- controle effect van cholesterolverlagende maatregelen c.q. therapie. De CBO Richtlijn ‘Cardiovasculair risicomanagement’(2006) noemt LDLcholesterol de hiervoor in aanmerking komende parameter.
2 Risicogrens:
>3,4 mmol/l, mits geen hart- of vaatziekte.
Bij behandeling van risicopatiënten streven naar waarden <2,5 mmol/l.
3 Verlagende factoren:
- acute ernstige ziekte, bv. AMI tot enkele maanden na herstel. In die periode is bepaling niet zinvol.
- zeer sterke inspanning (bv. na triathlon).
- dieet arm aan verzadigde vetzuren (mits geen obesitas).
4 Opmerkingen
- als LDL-cholesterol berekend wordt, uit o.a. de triglyceride-concentratie (bij voorkeur <4,5 mmol/l), is het vereist dat patiënt nuchter is tijdens bloedafname (navragen bij laboratorium).
- LDL-cholesterol (LDL draagt ca. 70% van totaal cholesterol) is de meest atherogene fractie van totaal cholesterol. Een laag LDL-cholesterol is gunstiger dan een hoog HDL-cholesterol.
- bij een LDL-cholesterol waarde (zonder behandeling) >5,0 mmol/l zij men bedacht op een mogelijke familiaire hyprcholesterolemie (NHG).
- LDL ontbreekt bij abètalipoproteïnemie (zeer zeldzaam).
- sommige medicamenten (bètablokkers, corticosteroïden bv.) kunnen een verhoging van LDL-cholesterol veroorzaken. Hypothyreoïdie verhoogt LDL-cholesterol; bij substitutie verdwijnt de verhoging. Tijdens zwangerschap (3e trimester) stijgt LDL-cholesterol (tot 50%).
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl