6 ANA (ANF)
(antinucleaire antistoffen of antinucleaire factoren)
1 Indicaties voor aanvragen
- voor eerste-lijnspraktijk minder bruikbaar hulpmiddel bij de diagnostiek van gegeneraliseerde auto-immuunziekten (bv. SLE, Sjögren syndroom).
2 Referentiewaarden:
negatief of titer <1:40.
3 Verhoogde waarden bij:
- (in vele gevallen van) gegeneraliseerde auto-immuunziekten met polyarthritis: bv. SLE (100%), sclerodermie, syndroom van Sjögren. In sommige gevallen van reumatoïde artritis (RA).
- in sommige gevallen bij verscheidene aandoeningen als M. Hodgkin, levercirrose, infecties (bv. virale hepatitis, M. Pfeiffer), huidafwijkingen, enz.
- sommige gezonden (vooral asymptomatische verwanten van SLE patiënten en bejaarden).
- in geval van ‘drug induced lupus’ syndroom door gebruik van bepaalde geneesmiddelen, bv. carbamazepine, isoniazide, methyldopa, fenytoïne, enz.
4 Opmerkingen
- ANA is een verzamelnaam van verscheidene antistoffen die gericht zijn tegen bepaalde antigenen in de celkern.
- ad SLE: volgens de American Rheumatism Association is een positieve ANA één van de 11 criteria voor de vaststelling van SLE. Bij het voldoen aan 4 van deze criteria geldt SLE. Bij patiënten met SLE kunnen nog meer auto-antistoffen in bepaald percentage worden aangetroffen; in de hoogste percentages (ca. 60%) antistoffen tegen dsDNA en tegen chromatine. Naast ANA zijn in de criteria ook opgenomen positief zijn voor antistoffen tegen Sm of dsDNA.
- ad RA: de test op antistoffen tegen CCP (‘Citrulline-Containing Peptides’) is in hoge mate specifiek voor RA, ook in vroeg stadium. Zie voor anti-CCP: REUMAFACTOR.
- ad Sjögren syndroom: aanwezigheid van antistoffen tegen SS-A en SS-B is één van de 6 criteria voor de vaststelling van Sjögren syndroom. Bij het voldoen aan 4 van deze criteria geldt Sjögren syndroom.
- ad antistoffen: bij verschillende gesystematiseerde auto-immuunziekten en bij ‘drug induced lupus’ komen in wisselende frequenties bepaalde auto-antistoffen voor. Daardoor ontstaan voor verschillende gesystematiseerde auto-immuunziekten min of meer karakteristieke ‘antistofprofielen’, die een hulpmiddel bij de diagnose kunnen zijn. Een aantal voorbeelden is in de tabel weergegeven.
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl