7 Anti-tTGA
(auto-antistoffen tegen humaan weefseltransglutaminase)
1 Indicaties voor aanvragen
-
verdenking van coeliakie. Aanvragen met IgA (ter uitsluiting van IgAdeficiëntie).
NB. Indien patiënt IgA-deficiëntie heeft (IgA-deficiëntie komt nogal eens voor bij coeliakie patiënten): anti-tTGA van de IgG klasse en anti-gliadine antistoffen van de IgG klasse aanvragen (overleg met eigen laboratorium aangewezen).
-
eerstegraadsverwanten (die zonder glutenvrij dieet zijn) van een patiënt(je) met coeliakie.
-
vervolg van patiënten die ingesteld zijn op glutenvrij dieet (regelmatige controle is noodzakelijk, aangezien veel voedingsproducten niet glutenvrij zijn). Bij strikt aanhouden van glutenvrij dieet kan het nog 6 – 12 maanden duren voor de antistoffen gaan dalen c.q. zijn verdwenen.
2 Referentiewaarden:
(vrijwel) negatief. Men raadplege eigen laboratorium.
3 Verhoogde waarden bij:
- coeliakie (gerelateerd aan de ernst van de mucosale aantasting)
- aandoeningen geassocieerd met coeliakie, bv. dermatitis herpetiformis met overgevoeligheid voor gluten, Sjögren syndroom met overgevoeligheid voor gluten (anti-tTGA komt meer voor bij Sjögren syndroom dan bij elke andere systemische reumatische ziekte).
4 Opmerkingen
- ‘Essentieel in de diagnostiek (van coeliakie) blijft een biopt van de dunne darm’ (SAN Handboek 2002, hoofdstuk 4.1). Een positieve uitkomst van de bovengenoemde testen is een van de indicaties daartoe.
- de symptomen, waarmede patiënten zich presenteren, zijn te verdelen in symptomen die direct betrekking hebben op de mucosa aantasting (chronische diarree, steatorroe) en (latere) symptomen die voortkomen uit de malabsorptie (anemie, stollingsstoornissen, osteoporose, enz.). Bij kinderen: vooral buikpijn, gewichtsverlies, ontwikkelingsachterstand en anemie; soms ook glazuurhypoplasie van de tanden. Coeliakie komt opvallend vaak voor bij kinderen met het syndroom van Down; serologische screening op anti-tTGA, enz. is bij deze groep patiënten aangewezen (volgens Richtlijnen van Kindergastro-enterologen, Ned Tijdschr Geneeskd 1999; 143: 451-455).
- de Richtlijnen van Kindergastro-enterologen stellen ook o.a.:
- dat serologisch onderzoek slechts oriënterende waarde heeft; histologie van een biopt de basis is voor stellen van de diagnose coeliakie.
- dat bij een kind jonger dan 2 jaar, met bij coeliakie passende klachten en histologische afwijkingen, coeliakie vast staat als: de klachten tijdens glutenvrij dieet verdwijnen, het dunne darm biopt onder glutenvrij dieet sterk verbeterd is en glutenbelasting opnieuw tot histologische afwijkingen leidt.
- dat bij een kind ouder dan 2 jaar, met bij coeliakie passende klachten en serologische en histologische afwijkingen, coeliakie vast staat als tijdens glutenvrij dieet de klachten verdwijnen en de serologische uitslagen sterk verbeteren (Ned Tijdschr Geneeskd 1999; 143: 451-455).
- fout-positieve en fout-negatieve uitkomsten komen voor. Fout-positieve uitslagen bij anti-tTGA zijn mogelijk als de test op hemolytische serum wordt uitgevoerd, omdat erythrocyten transglutaminase bevatten. Bij gedeeltelijke vlokatrofie kunnen fout-negatieve uitkomsten verkregen worden (Am J Gastroenterology 1999; 94: 888-894). Fout-negatieve uitkomsten worden verkregen bij IgA-deficiëntie. Bij zeer jonge kinderen kunnen auto-antistoffen nog niet voldoende ontwikkeld zijn, zodat dan een test op IgG-antistoffen tegen gliadine (een eiwit uit granen) aangewezen kan zijn (tweede lijn); fout-positieve resultaten met deze test op IgG-antistoffen tegen gliadine kunnen gevonden worden bij kinderen met Down syndroom.
- coeliakie is m.n. met vele auto-immuunziekten geassocieerd, zoals bv. M. Graves, diabetes m. type 1, systemische reumatische ziekte, autoimmuunhepatitis, dermatitis herpetiformis.
Print deze pagina
Copyright © 2010 SAN -
info@de-san.nl