8 APTT
(geactiveerde partiële tromboplastinetijd, kaoline-cefalinetijd)
1 Indicaties voor aanvragen
- hemorrhagische diathese (in combinatie met een protrombinetijd (PT), bloedingstijd en trombocyten).
- begeleiding therapie met heparine, uitgezonderd laag-moleculairgewicht heparine (LMWH).
- begeleiding vastgestelde hemofilie.
2 Referentiewaarden:
22 – 33 sec, sterk reagensafhankelijk.
3 Verlengde APTT bij:
- deficiëntie (hereditair of verworven) van een of meerdere van de stollingsfactoren II, V, VIII, IX, X, XI, XII..
- leverinsufficiëntie (synthese van II, VII, IX en X geschiedt in de lever).
- heparine-, coumarinetherapie. Zie ook TROMBOTEST.
- versnelde afbraak of verbruik (bv. diffuse intravasale stolling) of verlies (bv. bloeding, nefrotisch syndroom) van stollingsfactoren.
- aanwezigheid van circulerend anticoagulans (bv. lupus anticoagulans).
Verkorte APTT bij:
- geactiveerd stollingsmechanisme (geen klinische betekenis in individuele gevallen).
Normale APTT bij:
- trombocytopenie.
- disfunctie van de trombocyten.
- geïsoleerde factor VII-deficiëntie.
- vaatafwijkingen.
4 Opmerkingen
- de APTT is een klinische indicatie voor het functioneren van de stollingsfactoren van het intrinsieke stollingsmechanisme. ‘Met de APTT en de PT is een goede werking van vrijwel het gehele stollingssysteem na te gaan’ (SAN Handboek 2002, hoofdstuk 2.1).
- bij een deficiëntie van een van de gemeenschappelijke factoren van het extrinsieke en intrinsieke stollingsmechanisme kunnen zowel PT als APTT verlengd zijn. Op grond van afwijkende bevindingen wordt besloten tot meer specifieke testen. Dit is ook het geval als er geen afwijkingen gevonden worden, terwijl er wel een hemorrhagische diathese bestaat. Hierbij dient men te bedenken dat een verlenging van de PT en/of APTT mogelijk pas optreedt als de stollingsactiviteit van een stollingsfactor minder dan 20 - 40% van de normale waarde bedraagt.
- laag-moleculairgewicht heparine (LMWH), subcutaan toegediend, geeft goed voorspelbare plasmaconcentraties die alleen afhankelijk zijn van het lichaamsgewicht. De APTT is niet verlengd. Controle van APTT is hierbij niet noodzakelijk. Zie echter TROMBOCYTEN.
- de bepaling van APTT dient zo snel mogelijk na het afnemen van het bloed (binnen 2 uren, in (natrium)citraatplasma) te worden uitgevoerd.
- fout-verlengde uitslagen: teveel citraat in verhouding tot bloedplasma (onvolledig gevuld buisje, polycythemie).
- een verlengde APTT kan gevonden worden bij de ziekte van von Willebrand: niet alleen tekort aan de ‘von Willebrand factor’ maar ook, zij het in wisselende mate, aan factor VIII. Een normale APTT sluit derhalve de diagnose M. von Willebrand niet uit (evenmin de diagnose hemofilie)
- bij een chronische leverziekte, bv. chronisch agressieve hepatitis, is een stoornis in de hemostase te verwachten a.g.v. verminderde aanmaak van stollingsfactoren. Ook kan dan van trombocytopenie sprake zijn.
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl