85 Vitamine D
1 Indicaties voor aanvragen
- vit. D-deficiëntie? Aanvragen: 25-hydroxy vit. D3.
- vit. D-intoxicatie? Aanvragen: 25-hydroxy vit. D3 met calcium.
In het algemeen zijn, bij abnormale calciumwaarden, de bepaling van
PTH en andere onderzoekingen (waaronder beeldvormende) belangrijker
om de oorzaak van hyper- c.q. hypocalciëmie vast te stellen (tweede lijn).
Bepaling van vit. D is slechts in beperkt aantal gevallen hierbij van nut.
2 Referentiewaarden:
25-hydroxy vit. D3: 30 - 120 nmol/l.
(zie ‘Opmerkingen’)
3 Verhoogde waarden o.a. bij:
25-hydroxy vit. D3
- chronische inname van (over)doses vit. D.
1,25-dihydroxy vit. D3
- ectopische productie bij granulomateuze aandoeningen (sarcoïdose, enz.).
- primaire hyperparathyreoïdie.
Verlaagde waarden o.a. bij:
25-hydroxy vit. D3
- zeer geringe expositie aan zonlicht, eventueel in combinatie met volgende oorzaak.
- ontoereikende opname: inadequate voeding (bv. macrobiotische voeding), malabsorptie. Patiënten met steatorroe kunnen deficiënties hebben van de vetoplosbare vitaminen zoals vitamines D, A, K. Overigens speelt voedsel niet de belangrijkste rol in de vit. D voorziening.
1,25-dihydroxy vit. D3
- hypoparathyreoïdie.
- voortgeschreden nierinsufficiëntie.
- zeer zelden voorkomend: alfa-hydroxylase-deficiëntie.
4 Opmerkingen
- deficiëntie: <20 nmol/l (25-hydroxy vit. D3).
- de (meest) actieve vorm van vit. D is 1,25-dihydroxy vit. D3 (andere naam: 1,25-dihydroxycholecalciferol), dat in de nier gevormd wordt uit 25-hydroxy vit. D3 (m.b.v. alfa-hydroxylase). In de beginfase van onvoldoende lichaamsvoorraad aan vit. D wordt, o.i.v. verhoogde parathyroïdhormoon (PTH) afscheiding, ter compensatie meer 1,25- dihydroxy vit. D3 gevormd.
- de bepalingen kunnen verschillende uitslagen geven al naar gelang actieve of inactieve metabolieten in de bepaling voor een bepaald percentage worden meegenomen. Dit feit en nog andere factoren, zoals voeding en mate van expositie aan zonlicht die de vit. D-concentratie beïnvloeden (in zomer/herfst zijn de concentraties van 25-hydroxy vit. D3 gemiddeld wat hoger dan in de winter/lente), maken vaststelling van referentiewaarden bij ‘gezonde’ personen niet eenvoudig. Waarschijnlijk is het gebruikte referentiegebied niet optimaal.
- risicofactoren voor vit. D-deficiëntie zijn: te weinig expositie aan zonlicht (te weinig buiten komen, teveel huidbedekking, gepigmenteerde huid) en adipositas. Risicogroepen voor vit. D-deficiëntie zijn bijgevolg o.a. bejaarden en bewoners van verpleeghuizen die te weinig buiten komen en niet-westerse allochtone (gesluierde) vrouwen en hun pasgeborenen (zie Ned Tijdschr Geneesk 2006; 150: 495-9). Bovendien hebben bejaarden behoefte aan vit. D suppletie omdat de vorming van 1,25-dihydroxy vit. D3 uit voorlopers minder efficiënt verloopt. Men lette in dit verband bij de genoemde groepen op eventuele calciumarme voeding (en ook op lactasedeficiëntie). Er zijn aanwijzingen dat de vitamine D status van zwangere niet alleen bepalend is voor skeletgroei van het kind, doch ook voor fractuurrisico op de latere leeftijd (Lancet 2006; 367: 36-43).
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl