96 Ciclosporine
1 Indicaties voor aanvragen
- na transplantatie. Regelmatige controle na transplantatie is vereist.
- gebruik bij auto-immuunziekten: interactie’s, achterwege blijven van therapeutisch effect.
2 Therapeutische breedte:
is afhankelijk van indicatie, getransplanteerd orgaan en of
sprake is van inductie of onderhoudstherapie.
Inductie: 200 - 400 μg/l.
Onderhoudstherapie: 100 - 200 μg/l.
Het wordt gebruikt voor diverse indicaties met ieder zijn eigen therapeutisch
venster. Er gaan stemmen op de dosering niet alleen op een
dalspiegel, maar ook op een C2-spiegel (d.w.z. 2 uur na gift) of op AUC
in te stellen.
3 Onverwacht hoge waarden bij:
- geen dalspiegel afgenomen.
- bloedafname uit infuusslang.
- interactie met claritromycine, ketoconazol, erythromycine, diltiazem, verapamil, fluconazol, orale anticonceptie, voriconazol, proteaseremmer.
- leverfunctiestoornis.
- na gebruik van grapefruitsap.
Onverwacht lage waarden bij:
- diarree.
- interactie met rifampicine, isoniazide, fenytoïne, fenobarbital en carbamazepine.
4 Opmerkingen
- afname:
- uitsluitend in EDTA-bloed; heparine-bloed geeft stolsels.
- altijd dalspiegels, net vóór nieuwe gift.
- toxische spiegels: gedurende enkele dagen >400 μg/l.
- nefrotoxiciteit bij: verhoogde concentratie in bloed, co-medicatie metnefrotoxische stoffen.
- hyperkaliëmie, m.n. met K sparende diuretica.
- foute waarden kunnen opgegeven worden als gevolg van niet-selectieve laboratoriumtechniek.
- bij een onverwacht hoge spiegel is het aan te raden direct nogmaals een monster af te nemen en te bepalen, alvorens de dosis aan te passen.
- er zijn vele actieve en passieve interacties met een zeer groot aantal geneesmiddelen.
- ciclosporine wordt gemetaboliseerd door CYP3A4 en is een substraat voor P-glycoproteïne. Voor betekenis van enzymsystemen aangeduid met beginletters CYP: zie SAN Handboek 2002, hoofdstuk 16.1.
- ciclosporine remt het metabolisme van sirolimus.
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl