97 Digoxine
1 Indicaties voor aanvragen
- vermoeden op intoxicatie.
- patiënten met vertraagde eliminatie (bv. nierinsufficiëntie c.q. hypothyreoïdie). Cave bejaarden.
- bij gelijktijdig gebruik van bepaalde geneesmiddelen (cave langdurig gebruik van laxantia).
- bij gebruik (misbruik) van diuretica. Tevens controleren op een eventuele hypokaliëmie (zie ‘Opmerkingen’).
- controle op therapietrouw van de patiënt.
2 Therapeutische breedte:
Dal 0,5 - 1,0 μg/l (0,6 – 1,3 nmol/l); kind 0,5 – 2,0 μg/l (0,6 - 2,6 nmol/l)
Er zijn aanwijzingen bij volwassenen dat bij dalspiegels boven 1,0 μg/l
(1,3 nmol/l) de overall mortaliteit toeneemt. Bij kinderen bestaat
hierover geen literatuur en wordt tot 2,0 μg/l (2,6 nmol/l) aangehouden.
3 Onverwacht hoge waarden bij:
- patiënt is niet therapietrouw.
- nierinsufficiëntie (hierdoor verlengde halfwaardetijd).
- kinidine, verapamil, amiodaron, spironolacton, diltiazem gebruik (verlaagde eliminatie).
Onverwacht lage waarden bij:
- patiënt is niet therapietrouw.
- malabsorptie (bv. door absorptie aan vezels, cholestyramine, aluminium of bismuthzouten, verandering in darmflora of motiliteit).
- hyperthyreoïdie (verkort halfwaardetijd).
- versneld metabolisme door zg. enzyminducers als fenobarbital, fenylbutazon en rifampicine.
4 Opmerkingen
- afname ca. 6 - 8 uur na de laatste orale dosis, als de patiënt tenminste 5 dagen digoxine gebruikt en afhankelijk kreatinineklaring.
- bij waarde >2,0 μg/l (>2,6 nmol/l) dient men zich af te vragen of nierfunctie en leverfunctie wel normaal zijn, bij lage waarde of voorschrijven moet worden gecontinueerd.
- nieuwe dosis = huidige dosis x gewenste serumconcentratie
gemeten serumconcentratie in de steady state
De halfwaardetijd van digoxine, en dus de serumconcentratie in de steady state (deze is immers ca. 4 x halfwaardetijd), is omgekeerd evenredig met de kreatinineklaring:
- er is verhoogde toxiciteit mogelijk in therapeutische gebied als gevolg van hypokaliëmie (cave thiazide-diuretica), hypercalciëmie, hypothyreoïdie of hypomagnesiëmie. Een digoxine-uitslag die binnen het therapeutisch bereik ligt geeft nog geen zekerheid dat een digoxineintoxicatie is uit te sluiten; het klinische beeld en het ECG-beeld zijn bij de interpretatie onmisbaar.
- de selectiviteit t.o.v. diverse endogene stoffen (m.n. bij baby’s) is deels afhankelijk van de gebruikte bepaling.
- bij baby’s zijn digoxine-achtige stoffen gevonden die een schijnbaar hogere digoxine uitslag geven met diverse immunoassays.
- bepaalde corticosteroïden kunnen een analytische interactie geven en lage spiegels veroorzaken.
Print deze pagina
Copyright © 2012 SAN -
info@de-san.nl